Beginner+ · Les 1 van 6 · 12 min
Les 1: Majeur en mineur, naast elkaar
E en Em, A en Am — één vinger verschil, een wereld van klank.
Eén vinger maakt majeur of mineur
Bij E en A zit het verschil tussen majeur en mineur in precies één vinger. Haal bij E-majeur de wijsvinger weg en je speelt Em. Haal bij A-majeur de wijsvinger weg en je speelt Am.
Die ene vinger bepaalt de terts van het akkoord. De grote terts klinkt helder en vrolijk (majeur), de kleine terts donkerder (mineur).
Klik en vergelijk
Speel ze af en toe na elkaar: E en dan Em. Je hoort het verschil direct.
Oefening
Oefening: majeur, mineur, majeur, mineur
Speel E (2 maten), Em (2 maten), A (2 maten), Am (2 maten) en herhaal dat een paar keer. Zeg erbij wat je speelt.
Deze oefening traint je oor — dat is net zo belangrijk als je vingers.
Klaar met oefenen?
