1. Vier frets, vier vingers
Speel op één snaar fret 1–2–3–4 met wijs-, middel-, ringvinger en pink. Pluk elke noot één keer. Zet je vingers vlak achter de frets, niet erop; wissel daarna van snaar. Stop als je hand pijn doet.
2. Wissel tussen twee akkoorden
Speel Em, maak je vingers los, zet Am neer en speel het akkoord. Herhaal langzaam zonder klok. Als elke snaar helder klinkt, tel dan vier tellen per akkoord en wissel opnieuw.
3. Houd een gelijkmatige tel
Tik vier tellen met je voet. Sla op elke tel één keer omlaag, eerst op gedempte snaren en daarna op Em. Maak korte oefenrondes en geef je handen pauze; kracht zetten helpt niet bij nauwkeurig spelen.

