Begin met vier tellen
Tel hardop 1–2–3–4 en tik mee met je voet. Een neerslag gaat naar de vloer, een opslag weer omhoog. Sla eerst vier keer omlaag, precies op de tellen.
Tel: 1 2 3 4 Slag: D D D D
Voeg opslagen toe
Tel nu 1-en-2-en-3-en-4-en. Je hand blijft omlaag bewegen op cijfers en omhoog op ‘en’, ook wanneer je de snaren overslaat. Begin met een eenvoudig patroon van neer op 1 en 2, neer-op op 2-en, neer op 3 en neer-op op 4-en; oefen eerst heel langzaam.
Tel: 1 & 2 & 3 & 4 & Slag: D D U D D U
Speel met een akkoord
Demp eerst de snaren met je linkerhand en klap het patroon. Speel daarna met Em en pas later met Am. Vertraag zodra het tempo schommelt. Het gaat om een vaste puls, niet om snelheid.

