FretWijzer.nl
Twee gitaren tegen een versterker, een in warm licht en een in koele schaduw
← Leren

Majeur en mineur

Waarom de ene toonsoort vrolijk klinkt en de andere donkerder.

De opbouw in stappen

Een majeurtoonladder volgt het patroon heel – heel – half – heel – heel – heel – half. C majeur is zo: C D E F G A B C.

De natuurlijke mineurtoonladder volgt heel – half – heel – heel – half – heel – heel. A mineur is: A B C D E F G A.

De terts maakt het verschil

Het grootste verschil zit in de derde noot, de terts. In majeur ligt die vier halve tonen boven de grondtoon (grote terts), in mineur drie (kleine terts). Daardoor klinkt majeur vaak helder en mineur donkerder of melancholischer.

Ook de zesde en zevende noot liggen in natuurlijk mineur een halve toon lager dan in majeur.

Parallelle toonsoorten

C majeur en A mineur gebruiken precies dezelfde zeven noten. We noemen A mineur de parallelle mineur van C majeur. Je vindt de parallelle mineur altijd drie halve tonen onder de majeurgrondtoon.

Het verschil is welke noot als 'thuis' voelt: in C majeur eindigen melodieën graag op C, in A mineur op A.

Oefentip

Zet op de fretkaart C majeur aan en daarna A mineur. De noten blijven gelijk, alleen de oranje grondtoon verschuift. Speel de ladder vanaf beide grondtonen en luister naar het verschil.

Probeer het op de fretkaart