De opbouw in stappen
Een majeurtoonladder volgt het patroon heel – heel – half – heel – heel – heel – half. C majeur is zo: C D E F G A B C.
De natuurlijke mineurtoonladder volgt heel – half – heel – heel – half – heel – heel. A mineur is: A B C D E F G A.
De terts maakt het verschil
Het grootste verschil zit in de derde noot, de terts. In majeur ligt die vier halve tonen boven de grondtoon (grote terts), in mineur drie (kleine terts). Daardoor klinkt majeur vaak helder en mineur donkerder of melancholischer.
Ook de zesde en zevende noot liggen in natuurlijk mineur een halve toon lager dan in majeur.
Parallelle toonsoorten
C majeur en A mineur gebruiken precies dezelfde zeven noten. We noemen A mineur de parallelle mineur van C majeur. Je vindt de parallelle mineur altijd drie halve tonen onder de majeurgrondtoon.
Het verschil is welke noot als 'thuis' voelt: in C majeur eindigen melodieën graag op C, in A mineur op A.
Oefentip
Zet op de fretkaart C majeur aan en daarna A mineur. De noten blijven gelijk, alleen de oranje grondtoon verschuift. Speel de ladder vanaf beide grondtonen en luister naar het verschil.
Lees ook

Noten op de gitaarhals
Hoe de twaalf noten over de snaren en frets verdeeld zijn.

De pentatonische toonladder
Vijf noten waarmee je meteen kunt soleren.

Soleren over de 12-bar blues
Het bekendste akkoordschema van de blues, en hoe je eroverheen soleert.

Pentatonische licks die altijd werken
Vier klassieke licks in A mineur, met tab.

