De open snaren
In standaardstemming zijn de snaren, van dik naar dun: E, A, D, G, B en E. Een handig ezelsbruggetje: 'Een Aap Die Graag Bananen Eet'.
De dikste en dunste snaar zijn allebei een E, twee octaven uit elkaar.
Elke fret is een halve toon
Iedere fret verhoogt de noot met een halve toon. De twaalf noten zijn: C, C♯/D♭, D, D♯/E♭, E, F, F♯/G♭, G, G♯/A♭, A, A♯/B♭, B.
Let op: tussen E en F en tussen B en C zit maar een halve toon. Daar bestaat dus geen kruis- of molnoot tussen.
Fret 12: alles begint opnieuw
Op fret 12 speel je dezelfde noot als de open snaar, maar een octaaf hoger. Daarna herhaalt het patroon zich. De stippen op fret 12 helpen je dit terug te vinden.
Begin met het leren van de noten op de lage E- en A-snaar: daar liggen de grondtonen van de meeste akkoordvormen.
Oefentip
Kies elke dag één noot, bijvoorbeeld G, en zoek hem op alle zes snaren. Zeg de naam hardop terwijl je speelt. Op de fretkaart zie je waar ze liggen.
Lees ook

Majeur en mineur
Waarom de ene toonsoort vrolijk klinkt en de andere donkerder.

De pentatonische toonladder
Vijf noten waarmee je meteen kunt soleren.

Soleren over de 12-bar blues
Het bekendste akkoordschema van de blues, en hoe je eroverheen soleert.

Pentatonische licks die altijd werken
Vier klassieke licks in A mineur, met tab.

